Het treiteren en dwarszitten van Poetin


Inhoud
Februari/maart 2014: De Olympische winterspelen in Sotsji
17 juli 2014: De ramp met vlucht MH17
30 augustus 2014: De Europese Raad kiest de Poetin-hater Donald Tusk als voorzitter
27 januari 2015: Poetin niet welkom bij herdenking Auschwitz
6 april 2016: bij het referendum in Nederland wordt de polarisatie tegenover Poetin aangewakkerd om het associatieverdrag met Oekraïne er door te drukken
3 april 2018: Een motie voor de invoering van een Nederlandse “Magnitsky-wet” in een Poetin-vijandige sfeer


Februari/maart 2014: De Olympische winterspelen in Sotsji
In februari en maart 2014 werden in de Russische plaats Sotsji, gelegen aan de westkust van de Zwarte Zee en dicht bij de grens met Georgië, de Olympische winterspelen gehouden. Ook deze vormden een goede gelegenheid om Poetin op zijn nummer te zetten. President Obama (VS), president Hollande (Frankrijk), premier Cameron (Engeland) en bondspresident Gauck (Duitsland) maakten bekend er niet zelf heen te gaan, maar zich te laten vertegenwoordigen door lichtere delegatie. De Nederlandse premier Rutte en Koning Willem Alexander (erelid IOC) gingen wel.
    De belangrijkste aanleiding tot de protesten waren “de mensenrechten” in Rusland, meer speciaal het beleid tegen “dissidenten” en tegen homoseksuelen. Het beleid tegen homoseksuelen was weer in de aandacht gekomen door een in juni 2013 in Rusland aangenomen wet die het onder andere verbiedt “om aan minderjarigen informatie te geven die tot gevolg kan hebben dat zij interesse in niet-traditionele relaties krijgen”. Andere aanleidingen waren de plaats waar de sportfaciliteiten werden gebouwd (in de 19e eeuw werd hier het volk van de Circassiërs verdreven) en de werkomstandigheden van de bouwers (slecht betaalde gastarbeiders uit Centraal-Azië).
    Al vanaf het moment dat de moderne Olympische Spelen werden ingesteld in 1896 gingen deze gepaard met heftige kritiek. Daarbij waren steeds twee tegengestelde opvattingen te horen: de eerste luidde: laten we in een wereld met voortdurende oorlogen en internationale spanningen proberen de sport vrij van de politiek te houden, zodat de sporters elkaar persoonlijk kunnen leren kennen en zodoende bijdragen aan vrede. Dit is de oorspronkelijke Olympische gedachte, die stamt uit de tijd dat Griekse stadstaten als Athene en Sparta elkaar voortdurend naar het leven stonden en er alleen tijdens de spelen tijdelijke vrede heerste (de langdurige oorlogen tussen Athene en Sparta waren ook een belangrijke factor bij de uiteindelijke ondergang van de Griekse cultuur). De tweede opvatting is dat we de Olympische spelen moeten aangrijpen om misstanden aan de kaak te stellen. Beide partijen zijn hierbij altijd zeer overtuigd van hun eigen gelijk.
    Bij de kritiek op de Spelen in Sotsji werd de emotionaliteit hiervan voor een groot deel bepaald door de in Rusland aangenomen wet aangaande homoseksualiteit. Zo ging Obama niet zelf naar de Spelen, maar stuurde er wel demonstratief enkele prominente homoseksuele sporters naar toe. Nu ligt het momenteel zo dat homoseksualiteit en nog verder gaande zaken zoals het homohuwelijk in grote delen van Europa en Amerika worden aanvaard, maar in Rusland en elders op de wereld is dat niet het geval en veel uitdagende westerse propaganda voor erkenning van homoseksualiteit wekt daar grote ergernis. Dit leidt tot de vraag of deze uitdagende propaganda wel verstandig is, weegt deze wel op tegen het gevaar van een nieuwe koude oorlog of een intense haat van de moslimwereld tegen het westen? Moeten andere landen en culturen niet hun eigen ontwikkelingsgang volgen? Mijn eigen keuze is dat tegen straf en vervolging van homoseksuelen inderdaad geprotesteerd moet worden, mits dit protest goed geargumenteerd is en functioneel. Voor een dergelijk protest is waarschijnlijk ook overal ter wereld wel begrip te krijgen. Maar wanneer aan de voorwaarde van geen straf en vervolging is voldaan heeft het voorkomen van oorlog mijns inziens prioriteit.
    Maar de zaak waar het hier eigenlijk om gaat is dat de homo-kritische wet in Rusland geen initiatief was van Poetin, maar van Doema-lid Yelena Mizulina. Deze wet vertegenwoordigt de mening van de overgrote meerderheid van de Russen en hij werd in de Doema met 436 van de 450 stemmen (zonder tegenstemmen) aangenomen. De homobeweging werd gebruikt om te Poetin treiteren en persoonlijk aan te vallen. Vaak werd een vergelijking getrokken met de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, die dan “Hitlers feestje” werden genoemd, en wilde men proberen “Poetins feestje” te verstoren. Maar het is onjuist om te menen dat wanneer Poetin van het toneel verdwijnt de opvattingen in Rusland ineens zullen veranderen.


17 juli 2014: De ramp met vlucht MH17
Op 17 juli 2014 stortte vlucht MH17 (van Malaysia Airlines) neer in Oekraïne. Hij was op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur en aan boord waren 283 passagiers en 15 bemanningsleden. Onder de passagiers waren 196 Nederlanders. Het toestel vloog boven het gebied dat in handen was van de separatisten en het ontplofte hoog in de lucht. Getuigen zagen de stukken naar beneden vallen en gingen meteen naar de plaats waar deze waren neergekomen. Er waren geen overlevenden. In de volgende periode werd gezocht naar de lichamen en lichaamsdelen van de passagiers om ze te identificeren. Er werden ook veel persoonlijke bezittingen gevonden, waaronder knuffelbeesten van kinderen. Ze werden uitvoerig getoond op de televisie. Op 23 juli werd de eerste verzameling stoffelijke overschotten per vliegtuig naar de vliegbasis Eindhoven van de Koninklijke Luchtmacht gebracht en kregen daar een indrukwekkende begrafenis, waarbij onder andere koning Willem Alexander en minsterpresident Rutte aanwezig waren. Deze dag werd uitgeroepen tot dat van nationale rouw. Hierna volgden nog 9 repatriëringsvluchten.
    Er ontstonden meteen verschillende theorieën over de oorzaak: (1) Het vliegtuig was ontploft door een daar binnen geplaatste bom, (2) het was neergeschoten door een door Russen bemande Russische BUK-raketinstallatie vanuit het door de separatisten beheerste gebied, (3) het was neergeschoten door de West-Oekraïners, (4) het was aangevallen door een ander vliegtuig.
    Door de tragiek van de gebeurtenis, het speculeren over de oorzaak en de politieke implicaties kreeg de ramp een enorme media-aandacht. Maar men kan zich afvragen of deze ramp, hoe tragisch ook, geen buitenproportionele aandacht kreeg (negen maal een indrukwekkende plechtigheid!). Werd hij niet misbruikt voor politieke doeleinden, meer speciaal voor anti-Poetin propaganda? Soms leek het wel alsof het vliegtuig op bevel van Poetin persoonlijk uit de lucht was geschoten. Er rijzen ook klemmende vragen als: waarom kregen deze burgerslachtoffers een semi-militaire begrafenis? De stoffelijke overschotten werden overgebracht met een militair transportvliegtuig en ze arriveerden op een militair vliegveld. Ook het begrafenisritueel deed militair aan: er stonden rijen mensen stram in de houding en Signaal Taptoe werd gespeeld. Zonder dat dit expliciet werd gezegd werden de doden behandeld als slachtoffers in een oorlog, kennelijk een oorlog met Rusland.
    Het valt ook moeilijk te ontkennen dat de eerste berichtgeving een anti-Russisch en anti-Poetin karakter had. Velen herinneren zich nog de televisiebeelden van een Oekraïense man die op de rampplek zogenaamd triomfantelijk een knuffelbeest omhoog hield. Weliswaar werden deze beelden de volgende dag gecorrigeerd (het bleek dat ze waren geknipt uit een langere serie die toonde dat de betreffende man daarna het knuffelbeest vol mededogen weer op de grond legde en een kruis sloeg), maar toch geven ze de sfeer van de eerste berichtgeving goed aan en deze zette de toon voor de toekomst. De indruk werd gewekt dat de moeilijke toegankelijkheid van de rampplek zonder meer de schuld was van Poetin, zo riep een wanhopige moeder voor de televisie uit: “Meneer Poetin, breng mij mijn dochter terug!” Het meest opmerkelijk was de emotionele toespraak van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans op 23 juli 2014 voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties: “Hoe verschrikkelijk moeten de laatste momenten van hun levens zijn geweest, toen ze wisten dat het vliegtuig neerstortte. Hebben ze de hand van hun geliefde vastgepakt, hebben ze hun kinderen dicht tegen zich aangehouden, hebben ze elkaar in de ogen gekeken, een laatste keer, in een vaarwel zonder woorden? We zullen het nooit weten”. “Het moet ondraaglijk zijn om eerst je echtgenoot te verliezen en dan te moeten vrezen dat een of ander tuig zijn trouwring van zijn stoffelijk overschot steelt”. “Beelden van kinderspeelgoed dat wordt rondgegooid, bagage die wordt geopend en paspoorten die worden getoond veranderen onze smart en rouw in woede. We vragen onbelemmerde toegang tot het terrein”.
    Deze toespraak geeft een prachtig voorbeeld van wat in de psychologie, vooral in de psychoanalyse, bekend staat als het mechanisme van verschuiving van emotionaliteit (“displacement”). Timmermans begint met het oproepen van emotionaliteit door het uitvoerig schilderen van de angst van de inzittenden, daarna leidt het zich inleven in die angst tot extra verdriet (bij nabestaanden echt en bij de toehoorders opgewekt door empathie), dit verdriet wordt verschoven naar woede ten aanzien van de daders en deze woede wordt tenslotte gericht op Poetin. Op het eerste gezicht is het onbegrijpelijk dat een zaal vol volwassen mensen een dergelijk verhaal slikt, dat er in de geest van de toehoorders niet overal cognitieve rode waarschuwingslampjes gaan branden. Maar de toehoorders slikten dit verhaal omdat ze zo graag wilden instemmen met de anti-Poetin ondertoon daarvan. Psychologisch gezien was iedere minuut stilte voor de slachtoffers in werkelijkheid een minuut stilte tegen Poetin. Dat Timmermans’ speech op deze wijze werd geïnterpreteerd blijkt bijvoorbeeld ook uit een Tweet van Elze Reinders van 21 juli: “Frans #Timmermans maakt indruk met zijn speech bij de #VN hij zet Rusland op zn plek! Dank! #MH17”.
    Op het moment dat ik dit schrijf (31 juli 2015) is het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid nog niet verschenen, maar het volgende scenario, dat op de televisie werd uiteengezet door een militaire deskundige, lijkt mij niet onwaarschijnlijk. De Russische BUK-raketinstallatie (onder andere ontworpen om Amerikaanse kruisraketten neer te halen), bestaat uit meerdere delen: één om de raketten af te vuren en een ander om het doel precies te bekijken. Het is nu heel goed mogelijk dat Russische “vrijwilligers” in Oost-Oekraïne de beschikking hadden over een niet complete installatie en daardoor het passagiersvliegtuig aanzagen voor een Oekraïens militair toestel en dat uit de lucht schoten.
    Bij dit simpele en vrij aannemelijke scenario is duidelijk sprake van een vergissing en het leent zich minder dan andere scenario’s om Poetin in een kwaad daglicht te stellen. Dat zal ook wel de reden zijn dat het vrijwel nooit ter sprake komt. Natuurlijk is het dubieus dat in Oost-Oekraïne Russische “vrijwilligers” actief zijn, maar wanneer men dit Poetin verwijt is het niet anders dan de pot die de ketel verwijt dat hij zwart is: overal op de wereld zijn Amerikaanse “adviseurs”, “instructeurs”, “opbouwwerkers”, “hulpverleners” en andere vermomde militairen aan het werk. Vanuit pacifistisch standpunt bestaat er geen enkele oorlog die niet beide partijen corrumpeert.
    Het afgelopen jaar is deze ramp voortdurend gebruikt voor propaganda en politieke spelletjes, zogenaamd om gerechtigheid te krijgen voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Dit schouwspel was bepaald niet geschikt om het respect voor de politiek en de politici te verhogen.


30 augustus 2014: De Europese Raad kiest de Poetin-hater Donald Tusk als voorzitter
De Europese Raad werd in 1974 opgericht als een informeel forum. In 1992 werd het bij het Verdrag van Maastricht een formeel instituut en in 2009 werd het bij het Verdrag van Lissabon een van de zeven officiële instellingen van de EU. Deze instelling heeft tot taak de grote lijnen van het beleid van de EU te bepalen. In 2010 kreeg de Europese Raad voor het eerst een voorzitter, en dit werd Herman van Rompuy. In 2014 werd hij opgevolgd door Donald Tusk.
    Helaas is Donald Tusk een Poetin-hater. Op het eerste gezicht lijkt het onbillijk om hem van haat te betichten, want alles wijst er op dat hij een integer mens is en een goede politicus. Hij werd geboren in 1957 in Gdansk en studeerde aldaar in 1980 af in de geschiedenis. Als student maakte hij de stakingen op de Lenin-Werf van dichtbij mee en de oprichting door Lech Walesa en anderen van de eerste onafhankelijke vakbond Solidarnosc. Hij sympathiseerde met deze beweging en behoorde tot de medeoprichters van de verwante studentenorganisatie “Independent Students Union” in 1980. In 1991 werd hij voorzitter van de mede door hem opgerichte politieke partij Liberaal-Democratisch Congres. Deze partij was voor een vrije markt, privatisering en Europese integratie en Tusk streeft deze doelstellingen ook tegenwoordig nog na, men kan hem niet van inconsequentie betichten. Vanaf 2003 was hij voorzitter van de mede door hem opgerichte partij Burgerplatform, totdat hij in 2014 benoemd werd tot voorzitter van de Europese Raad. Dit is een gerespecteerde en uiterst invloedrijke functie en er valt als mens en als politicus niets aan te merken op Donald Tusk.
    Maar nu de andere kant van het verhaal. Daarvoor moeten we ons verdiepen in de geschiedenis, en wel speciaal in de religieuze geschiedenis. In 1054 ontstond het Grote Schisma tussen de westerse en de oosterse kerk, dus tussen de westerse Rooms-katholieke kerk en de oosterse orthodoxe kerken. Beide partijen hebben door de eeuwen heen getracht hun invloedsfeer te vergroten, maar vooral de oosters-orthodoxe kerken hebben zich vaak bedreigd gevoeld door het opdringen van de zeer actieve, westerse (Rooms-kaholieke) kerk. Kijken we nu naar het huidige Polen, dan zien we dat dit land in het oosten grenst aan Wit-Rusland en aan Oekraïne. In Polen is 89.8% van de bevolking RK is en 1.3% Pools-orthodox, terwijl in de andere twee landen het omgekeerde geldt: in Wit-Rusland is 7% RK en 80% Russisch-orthodox en in Oekraïne is 8% RK en 76.5% Oosters-orthodox (volgens tamelijk recente volkstellingen). Dat betekent dat de grenslijn die bij het Grote Schisma in 1054 tussen de oosterse en de westerse kerk ontstond ongeveer tussen deze landen door loopt. De Polen zijn zeer principieel Rooms-katholiek en voelen zich nauw verbonden met het gezagscentrum in Rome. Toen destijds, in 1978, de Pool Karol Wojty?a tot paus werd benoemd had dat, voor een groot deel althans, een politieke achtergrond en deze benoeming was dan ook een zeer onaangename verrassing voor het sovjet-regime, dat toen onder leiding stond van Leonid Breznjev. Wojty?a bracht als paus Johannes Paulus II reeds in 1979 een bezoek aan zijn geboorteland Polen en dat werd het eerste van totaal negen bezoeken. Hiermee gaf hij de opkomende protestbeweging een enorme steun in de rug en het is geen toeval dat in 1980 de vakbond Solidarnosc werd opgericht, die een van de belangrijkste factoren voor de val van het sovjet-regime zou worden. Het is in deze wereld dat Donald Tusk opgroeide: fel pro-Rome, fel anti-Sovjet en zonder sympathie voor de Russische-orthodoxe kerk, die werd gezien als heulend met de vijand.
    Om de grote betekenis van de scheidslijn tussen de Rooms-katholieke en de orthodoxe kerken te zien is het ook verhelderend om te kijken naar de latere ontwikkeling in Oekraïne. Hier loopt de scheidslijn niet tussen de landen door, maar door West-Oekraïne en hij snijdt het uiterste westelijke deel van Oekraïne af van het oostelijke deel. Dit uiterste westelijke deel, dat onder andere de zeer westers aandoende stad Lviv bevat, heeft vroeger bij Polen behoord en in de sovjet-tijd woonden hier veel Rooms-katholieken, die zich met grote moed tegen het sovjet-regime hebben verzet en veel meer onder dit regime hebben geleden dan de Oosters-orthodoxen. Het was ook in dit gebied dat de Euromaidan van 2013 begon, die leidde tot de huidige burgeroorlog tussen West- en Oost-Oekraïne.
    Terug naar Donald Tusk. Dit is een bekwame en integere politicus en staat bekend als iemand met een gematigde houding tegenover Rusland. Maar die gematigdheid moet men zien tegen de achtergrond van het in Polen vroeger ontstane en nog altijd heersende allesbehalve gematigde politieke klimaat: fel anti-Russisch, zeer gezagsgetrouw aan Rome (en dus pro-EU) en zonder enige sympathie voor de Russisch-orthodoxe kerk. Zonder dat hij het zelf beseft draagt Donald Tusk dit extreme politieke klimaat met zich mee. Wat bezielde de EU om zo iemand te benoemen tot voorzitter van de Raad? Waarschijnlijk is het een strategische zet om Oekraïne in handen te krijgen en de greep op andere vroegere Oostbloklanden te versterken. Maar hij zal nog veel schade toebrengen aan de relatie tussen Rusland en Europa.


27 januari 2015: Poetin niet welkom bij herdenking Auschwitz
Op 27 januari 2015 was het 70 jaar geleden dat het concentratiekamp Auschwitz door het Russische Rode Leger werd bevrijd. Maar Vladimir Poetin, de rechtmatige president van Rusland, was daar niet welkom. Hoe kwam dat?
    Om het aandeel van de Russen in deze bevrijding te begrijpen moeten we eerst teruggaan in de geschiedenis. Na de slag bij Stalingrad in de winter 1942-43 zetten de Russen hun definitieve tegenoffensief in en begonnen de Duitsers terug te drijven in de richting van Berlijn. Het Rode Leger, onder leiding van onder andere generaal Zhukov, telde 4 miljoen man en ontwikkelde zich door steeds betere organisatie tot de waarschijnlijk de meest gevreesde gevechtseenheid ter wereld (zie Donald Sommerville: World War II). In april 1944 was Oekraïne vrijwel geheel in handen van de sovjets en op 27 januari 2015 werd Auschwitz, dat ligt aan de zuidwestkant van Polen, bevrijd. Dit gebeurde door een legeronderdeel dat eerst de naam “Voronezh Front” had, maar na de bevrijding van Oekraïne de naam “Eerste Oekraïense Front” had gekregen. Het bestond voor een deel uit Oekraïners en voor een deel uit soldaten afkomstig uit andere landen.
    De datum van de bevrijding van Auschwitz werd later door de Verenigde Naties uitgeroepen tot “Holocaust Memorial Day” en op 27 januari 2015 zou deze bevrijding groots worden herdacht. De organisatoren wilden dat de herdenking vooral over de slachtoffers zou gaan, maar hij werd volledig in het politieke vlak getrokken. De Poolse minister van Buitenlandse Zaken Schetyna beweerde in een radiotoespraak dat niet Russische, maar Oekraïense soldaten Auschwitz hadden bevrijd, daarbij totaal voorbij gaand aan de gigantische inzet van het Rode leger als geheel. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde verontwaardigd en liet weten dat het algemeen bekend is Auschwitz bevrijd is door het Rode Leger en dat dit bestond uit soldaten van allerlei etnische groepen: “Men moet ophouden om de geschiedenis zo te bespotten en de anti-Russische hysterie niet gebruiken om oneerbiedig te doen over degenen die hun leven voor de bevrijding van Europa gaven.”
     Hoe moet je over een dergelijke gang van zaken oordelen? Hij lijkt vergelijkbaar met het grootscheeps vieren van de bevrijding van Normandië en daarbij de president van Amerika meedelen dat hij niet welkom is. Je kunt over het beleid van Poetin van mening verschillen, maar als je van mening bent dat dit afkeurenswaardig is kun je dat beter op andere wijzen laten blijken. In Rusland ligt de herinnering aan de vele gesneuvelden in de oorlog tegen nazi-Duitsland nog tamelijk vers in het geheugen en waarschijnlijk hebben zij het gedrag van Polen ervaren als een diepe en vooral ook zinloze belediging. Zit de wrok er bij de Polen zo diep in?

6 april 2016: bij het referendum in Nederland wordt de polarisatie tegenover Poetin aangewakkerd om het associatieverdrag met Oekraïne er door te krijgen
Op 6 april 2016 werd in Nederland een referendum gehouden over het door de EU geïnitieerde associatieverdrag met Oekraïne. Dit verdrag was op 1 januari 2016 al gedeeltelijk ingegaan, dus de vraagstelling was eigenlijk of de bevolking het verdrag achteraf kon goedkeuren.
     Men kan zich afvragen of het niet correcter zou zijn geweest als de regering dit door de EU bedachte associatieverdrag als een neutrale tussenpersoon had voorgelegd aan de burgers. Hoe dit zij, de regering koos voluit partij en een telkens gebruikt argument hierbij was dat een overwinning van de nee-stemmers Poetin in de kaart zou spelen. Zo zei de minister van Buitenlandse Zaken Koenders op 19 maart 2016 dat als de uitslag van het referendum zou leiden tot een blokkade van de overeenkomst de Russische President Vladimir Poetin “ongetwijfeld een fles Champagne zou opentrekken”. En op 30 maart zei minister-president Rutte: “Wij moeten de wens van Rusland niet belonen”.
     Dezelfde argumentatie werd voortdurend gebruikt door vertegenwoordigers van de EU. Dit betekent dat men het associatieverdrag er door wil drukken door middel van het opvoeren van de polarisatie tussen de EU en Poetin. En dit is weer een onderdeel van het al of niet bewuste streven de Europese landen aaneen te smeden door het creëren van een gemeenschappelijke vijand. Vanuit pacifistisch standpunt gezien is dit een zeer ongewenste en onvruchtbare ontwikkeling.

3 april 2018: Een motie voor de invoering van een Nederlandse “Magnitsky-wet” in een Poetin-vijandige sfeer
In de Tweede Kamer dienen de regeringspartijen CDA, D66 en CU een motie in die aandringt op het instellen van een wet tegen buitenlanders die zich schuldig maken aan “grove mensenrechtenschendingen en grootschalige corruptie”, een wet die overeenkomt met de “Manitsky-Act” van 2012 uit de VS. Het initiatief krijgt brede steun.
     Het moment waarop deze motie wordt ingediend is geen toeval. Een maand hiervoor (4 maart) is namelijk in Salisbury een poging gedaan de Russische oud-spion Skripal en zijn dochter Yulia te vergiftigen en algemeen wordt Poetin aangewezen als de schuldige. Dit veroorzaakte een periode van veel anti-Poetin gezinde publiciteit en in deze periode wordt de motie ingediend. Dit roept de vraag op of deze wet in wezen een anti-Poetin wet is of dat hij een beter belang dient. Om dit te kunnen beoordelen is het nodig eerst een schets te geven van de historische achtergrond van de Manitsky-Act. Eerst de feiten.
     Sergei Magnitsky (1972-2009) was een Russische jurist, werkzaam voor het bedrijf Hermitage Capital Management van de Amerikaan Bill Browder. Op 24 november 2008 werd hij door de Russische autoriteiten gearresteerd op verdenking van samenzwering met genoemd bedrijf en hij stierf op 16 november 2009 onder verdachte omstandigheden (mishandeling en onthouden medicijnen?) in zijn cel in Moskou, net voordat de eenjarige termijn van voorarrest was afgelopen. Dit leidde in Rusland en internationaal tot publieke verontwaardiging. Op 25 november 2009 gelastte president Medvedev een officieel onderzoek. Er werden 20 gevangenisambtenaren en een hogere functionaris ontslagen en er werd een wet ingesteld die het gevangennemen op verdenking van fiscale delicten verbiedt.
     Bill Browder was er van overtuigd dat zijn medewerker en vriend Magnitsky doelbewust om het leven was gebracht en hij trachtte deze zaak onder de internationale aandacht te brengen. De Britse NGO Redress reageerde en deze stelde samen met twee rapporteurs van de VN een kritisch rapport op. In januari 2011 besloot de VN deze zaak nader te onderzoeken. Ondertussen ging Browder door gerechtigheid te zoeken voor Manitsky en in maart 2010 wijst strafpleiter Jonathan Winer hem op de mogelijkheid hiervoor Proclamatie 7750 te gebruiken (in 2004 gecreëerd door Bush). Deze geeft het ministerie van Buitenlandse Zaken de mogelijkheid corrupte buitenlandse functionarissen visumsancties op te leggen. Hierna komt door de niet aflatende inzet van Bill Browder de zaak op de politieke agenda en tenslotte wordt de wet aangenomen en op 14 december 2012 ondertekend door Obama.
     Laten we nu trachtten deze zaak te bezien vanuit een breder verband. Bill Browder werd geboren in 1964, voltooide zijn MBA-studie in 1989 en werkte daarna bij twee Londense beleggingsmaatschappijen die zaken deden in Oost-Europa en Rusland. In 1996 richtte hij samen met Edmond Safra het hedgefund “Hermitage Capital Management” op. Dit was de tijd waarin onder Jeltsin de tweede fase van het privatiseringsproject was begonnen, waarbij 29 grote staatsbedrijven werden genationaliseerd en waarbij vroegere partijbonzen via hun relaties voordelige transacties sloten. Dit werden de latere “oligarchen”. In deze omgeving werkte “Hermitage” als activistische aandeelhouder en in de periode 1995-2006 werd het bedrijf een van de grootste buitenlandse investeerders in Rusland. Specialiteit was het opsporen en kopen van ondergewaardeerde bedrijven en die met grote winst weer verkopen.
     Op 26 maart 2000 won Poetin de presidentsverkiezingen en een van zijn beloftes was dat hij de oligarchen zou aanpakken. Zijn beleid was gericht op economische hervormingen en herstel van de staatsmacht. Na de val van de Sovjet-Unie was er een juridisch vacuum en er waren geen wetten waarmee de ten koste van het volk verkregen rijkdommen konden worden aangepakt. Veel oligarchen hadden hun miljarden in het buitenland gestald en waren ongrijpbaar. Poetin moest improviseren en het werd zijn beleid om de lastigste oligarchen aan te pakken en te trachten de andere geleidelijk in het gareel te brengen. Poetin hanteerde hierbij het principe “het Kremlin heeft gegeven, het Kremlin heeft genomen”. Juridisch gezien klopte dat van geen kant, maar was zijn optreden gezien vanuit een bredere moraal onverantwoord?
     Waarschijnlijk mag men wel stellen dat veel van de gevoerde processen schijnprocessen waren. Zo werd in oktober 2003 de oligarch Chodorkovski gearresteerd op verdenking van belastingontduiking, fraude en verduistering en in mei 2005 werd hij veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf. Naar de ultra-liberale Amerikaanse maatstaven had hij waarschijnlijk geen enkele wet overtreden. Maar binnen de context van de toenmalige situatie in Rusland was het zeer de vraag of het moreel verantwoord was van Chodorkovski om schatrijk te worden ten koste van anderen die arm bleven. Het handelen van Bill Browder vertoonde grote overeenkomst met dat van de Russische oligarchen en als Brit had hij waarschijnlijk nog het voordeel dat hij gemakkelijker zijn winst naar het buitenland (Engeland) kon brengen. Hij verdiende in 2006 en 2007 naar schatting 125-150 miljoen dollar per jaar.
     Het is aannemelijk dat Browder naar de maatstaven van Poetin gewoon een van de oligarchen was die moesten worden aangepakt. Op 13 november 2005 werd hem de toegang tot Rusland ontzegd, maar zijn bedrijf “Hermitage” in Moskou ging gewoon door. In de loop van 2006 verkocht diin het diepste geheim zijn miljarden aan Russische aandelen. Op 4 juni 2007 vond er gelijktijdig een politie-inval plaats bij dit bedrijf en bij het advocatenkantoor Firestone Duncan dat voor hem werkte. Bij het laatste bedrijf ging men veel verder dan het huiszoekingsbevel toeliet en werden ook de registratiedocumenten van drie andere bedrijven van de holding geconfisqueerd. Hoogst waarschijnlijk was Browder het slachoffer van “wat in Rusland bekend staat als “bedrijfsovervallen”: het inpalmen van ondernemingen en andere aanwinsten met de hulp van corrupte wetshandhavers en rechters” (wikipedia: Bill Browder). Dit gaat dan gepaard met veel geweld en maffiamethoden. Na de inval op 4 juni 2007 nam Browder de belastingadvocaat Sergej Magnitsky in dienst en deze werd nu het mikpunt van de Russische beschuldigingen. Zoals reeds opgemerkt werd hij op 24 november 2008 gearresteerd en op 16 november 2009 dood in zijn cel aangetroffen.
     Sinds die tijd strijdt Browder voor gerechtigheid voor Manitsky. Is hij hierbij veranderd van een harde, berekenende hedgefund-manager die leeft in een neo-liberale juridische wereld en iedere kans aangrijpt om daarbinnnen geld te verdienen in een mensenrechtenactivist? Of wil hij wraak op Poetin, die hem zijn (op dubieuze wijze verdiende?) geld op onrechtmatige wijze heeft afgenomen? Wanneer men tracht de achtergrond van deze gebeurtenissen verder te reconstrueren wordt het waarschijnlijk dat Poetin weinig zin had om hier in te grijpen. Browder had zich verrijkt ten koste van Rusland en moest de gevolgen daarvan maar dragen, ook al ging dat met medewerking van corrupte politie en rechters die trachtten hun slag te slaan. Om de schijn op te houden werden er verschillende processen tegen Browder gevoerd en op 11 juli 2013 werd hij bij verstek veroordeeld voor grootschalige belastingontduiking en gestraft met negen jaar gevangenis.
     In januari 2015 publiceerde Bill Browder een boek getiteld: “Red Notice: A True Story of High Finance, Murder, And One Man’s Fight For Justice” (in het Nederlands vertaal als “Vijand van de Russische staat”). Het is een buitengewoon knap, op avontuurlijke en haast kwajongensachtige wijze geschreven boek en het is bijna te mooi om waar te zijn. En daar ligt ook het zwakke punt. Is het wel waar?
     Waarschijnlijk is hier sprake van botsende morele systemen. In de tijd van Jeltsin zijn, mede ten gevolge van de ultra-liberale Amerikaanse economische adviezen, de oligarchen ontstaan. Poetin heeft om de allerergste wetteloosheid rond het jaar 2000 te bestrijden met de machtigste van deze oligarchen moeten afrekenen, maar hij moest ze ook te vriend houden. Rusland is nu in een stadium van iets minder erge wetteloosheid en dat is grote winst. Hierbinnen is Poetin niet de almachtige bestuurder die alle touwtjes in handen heeft, maar iemand die zich moet handhaven tussen vele krachten. En de ruwe, barbaarse moraal die heerst in deze wereld botst met de ultra-liberale, juridische wereld van een Amerikaans hedgefund dat schatten verdient met speculatie, maar toch binnen de wet blijft.
     Dat houdt niet in dat het invoeren van een “Magnitsky-wet” in Nederland een verkeerde zaak zou zijn. Het zal moeilijk zijn hem “eerlijk” toe te passen, maar als dat lukt kan hij ook gunstig zijn voor Rusland en zijn bewoners. Het is Poetins beleid tenslotte ook steeds geweest de door de oligarchen veroorzaakte kapitaalvlucht naar het buitenland tegen te gaan (hoewel hij er zelf waarschijnlijk ook aan meedeed). Maar het lijkt mij onproductief deze wet van meet af aan voor te stellen als een anti-Poetin-wet. Het creëren van chaos in Rusland is wel het laatste wat Europa en Rusland nodig hebben. Het moet gewoon een neutrale wet worden tegen het gebruik maken van Nederlandse faciliteiten voor wat in Nederland wordt gezien als evident crimineel gedrag.
(Geplaatst op 4 mei 2018)